Breadcrumbs

Leslocaties

Zwemschool Kikkersprong, altijd een locatie bij u in de buurt!
Kies uw locatie in het linker menu
 


De schoolslag is een belangrijke zwemslag in het kader van survival, overleven. Deze zwemslag maakt het mogelijk om tijdens het voortbewegen te blijven kijken (oriënteren), is relatief eenvoudig uit te voeren en lang vol te houden. De beheersing van een goede techniek is heel belangrijk. Dit is dan ook de essentie van de eindtermen bij zowel Zwemdiploma A, B als C. Een goede techniek zorgt er voor dat er met relatief weinig energie veel verplaatsing in het water mogelijk is. Dat is belangrijk, het wordt daardoor gemakkelijker om een lange afstand vol te houden.


Normering
De kandidaat is vertrouwd met de situatie
Er is sprake van een zo horizontaal mogelijke ligging
Het hoofd ligt zo laag mogelijk in het water
Uitademen bij voorkeur in het water (stimuleert de horizontale ligging)
Er is sprake van een ritmisch, symmetrisch, bewegingsverloop
Er is sprake van een behoorlijk voortstuwingsrendement
Er is een kort uitdrijfmoment aanwezig, armen en benen zijn beide gestrekt.
 
Bewegingsverloop
Ligging
Uitgangshouding: horizontaal, borstligging, de armen zijn naar voren gestrekt en de handpalmen wijzen naar beneden. Gezicht bij voorkeur in het water. De benen zijn naar achteren gestrekt, de voetzolen omhoog gericht. Dit is dezelfde positie als tijdens het uitdrijven tussen twee slagen in.

 
Armslag
Glijfase
De armactie begint met het omhoog draaien van de pinken, zodat de handpalmen naar buiten draaien. De bovenarmen worden tegelijkertijd naar binnen gedraaid en ellebogen naar boven.

 

Stuwbeweging
Vanuit deze positie kan de trekfase een aanvang nemen. Dit gebeurt door het zijwaarts naar buiten bewegen van de volledig gestrekte armen (waarbij de duimen schuin omlaag wijzen) tot iets buiten schouderbreedte.

Hierna buigen de ellebogen en bewegen de handen verder schuin zijwaarts naar beneden en naar achteren tot de hoge ellebooghouding bereikt wordt.
Bij het bereiken van de hoge ellebooghouding is de afstand tussen de handen maximaal het dubbele van de schouderbreedte. De vingertoppen wijzen naar de bodem.

 
In één beweging worden de handpalmen naar elkaar toe, dus naar binnen gedraaid en de ellebogen naar elkaar toe gebracht. De armbeweging verloopt altijd vóór de schouderlijn.

 
 
Contrabeweging (strekfase)
De armen worden met de handen naast en bij elkaar naar voren gestrekt, waarbij de handpalmen naar beneden wijzen. Omdat het een contrabeweging is verloopt deze fase relatief langzaam.
Tijdens het naar voren strekken van de armen wordt bij voorkeur het gezicht in het water gelegd, zodat een meer horizontale ligging wordt verkregen en de stuwactie van de benen optimaal wordt benut.

 
Beenslag
Contrabeweging (buigfase)
De beenbeweging begint met een langzame beweging van de benen in heup-, knie- en enkelgewricht. De voeten zijn naast elkaar.
De hielen zover mogelijk naar het zitvlak optrekken. De knieën bij het optrekken zover uit elkaar brengen tot de voeten voor de omhaal goed dwars gezet kunnen worden.
De bovenbenen blijven meestal binnen het turbulentie (=stroomlijn) gebied van het lichaam (=schouderbreedte), zodat de frontale weerstand niet al te groot wordt.
Als het buigen voltooid is, is de hoek tussen romp en bovenbenen ongeveer 120°. Dan worden de voeten goed gedraaid voor de stuwactie, de tenen worden richting knieën opgetrokken en naar buiten gedraaid. Het buigen van de benen is een beweging tegen de zwemrichting in, een contrabeweging en moet dus relatief rustig worden uitgevoerd.

 
 

Stuwbeweging
Deze beweging verloopt snel om weerstand voor de voortstuwing te verkrijgen. De voeten worden achterwaarts naar buiten geduwd als de knieën zich strekken, tegelijkertijd bewegen de bovenbenen naar elkaar toe. Het onderbeen wordt dus omgehaald, waarna de benen pas gestrekt zijn als ze bijna weer gesloten zijn.
Daarna zijn de benen volledig gestrekt en het lichaam is weer terug in de horizontale uitdrijfpositie.
 
Combinatie
Tijdens de trekfase van de armen blijven de benen gestrekt en zo goed als aaneengesloten; er is dus armstuwing waarbij de benen niet remmen.
Tijdens de duwfase van de armen worden de benen gebogen.
Tijdens de strekfase van de armen vindt de stuwactie van de benen plaats.
De armen worden gestrekt voor gehouden om zo optimaal mogelijk van de beenstuwing te profiteren.
 
Ademhaling
De inademing vindt plaats tijdens de stuwfase van de armen, door het hoofd licht te heffen. De betere zwemmers ademen in aan het einde van de stuwfase. De uitademing vindt plaats tijdens de strek- en glijfase. Het uitademen gebeurt bij voorkeur in het water.
 



Bron: NPZ-NRZ

Recensies

Wat vinden anderen..

Lees op onze facebook pagina vele recensies van onze (oud)leden.
Heeft u ons al geliked? Door ons te liken blijft u op de hoogte van het laatste nieuws en kunt u meedoen aan leuke win-acties!

Lees de recensies!

Website door Reclamebureau DKTD Reclame

Copyright Zwemschool Kikkersprong

Back to top